Overslaan en naar de inhoud gaan

SCRIPTIE - Genderpaniek in de Eerste Wereldoorlog

Sexual Disorder and Social Policy: British Women's Prose Writing of the First World War and Its Concern with the Social Status of Women and Gender Relations
Lowies Vanhoof
Master in de Westerse Literatuur 

Genderpaniek in de Eerste Wereldoorlog

Wat is het eerste beeld dat in u opkomt wanneer u denkt aan de Eerste Wereldoorlog? Vaak bevat het antwoord op die vraag loopgraven, bommen, geweld en soldaten. Die soldaten kunnen alle vormen en maten aannemen, maar het zijn vrijwel altijd mannen. Het typische beeld van de Eerste Wereldoorlog is er een van mannelijkheid, maar vaak vergeten is de vrouwelijke kant van dat verhaal.

Keerpunt in de strijd om vrouwenrechten?

Terwijl mannen vochten aan het oorlogsfront zorgden vrouwen er niet alleen voor dat het thuisfront overeind bleef, maar droegen ze ook bij aan de oorlogsinspanning zelf. Naast hun toen vanzelfsprekende rol als huisvrouw, gingen vrouwen meer aan het werk (zie afbeelding: vrouwen gaan aan het werk in munitiefabrieken) en waagden ze zich zelfs vlakbij de frontlinies als vrijwillige verpleegsters.

 vrouwen vervingen mannen op de werkvloer.

Om die redenen beschouwen velen de Eerste Wereldoorlog als een keerpunt in de strijd om vrouwenrechten, met als bekroning het stemrecht voor Britse vrouwen in 1918. Dat laatste was onmiskenbaar een grote overwinning, maar de zaak ligt echter niet zo simpel. Hoewel vrouwen na de oorlog nieuwe politieke en sociale rechten kregen, werden ze ook weer richting het huishouden geduwd. Die terugslag kwam voornamelijk door economische bekommernissen: de vrouwen die tijdens de oorlog mannen vervingen op de werkvloer, verdienden minder dan hun voorgangers voor hetzelfde werk. Daardoor waren ze na de oorlog in zekere zin aantrekkelijkere werkkrachten dan de terugkerende soldaten, die daar niet tevreden mee waren. De aanwezigheid van vrouwen op de werkvloer hing samen met een algemene bezorgdheid over het veranderende gedrag van vrouwen: ze werden zelfstandiger, droegen kortere rokken en kapsels, roken en dronken meer – kortom, ze gedroegen zich meer en meer als mannen. Om die “vermannelijking” tegen te gaan, werden typisch vrouwelijke rollen geïdealiseerd. Een leven als moeder en huisvrouw werd opnieuw als het ultieme streefdoel beschouwd, en vrouwen die bleven werken na de oorlog werden als egoïstisch en hebzuchtig bestempeld. De Eerste Wereldoorlog was dus allesbehalve een keerpunt in de strijd om vrouwenrechten: in 1921 hadden zelfs minder vrouwen werk dan in 1911, en de normen waaraan vrouwen moesten voldoen bleven grotendeels onveranderd.

Vrouwenliteratuur: een blik in het verleden

Die complexiteit treedt op de voorgrond in de literatuur van toen, en dan zeker literatuur geschreven door vrouwen. Net als bij mannen inspireerde de Eerste Wereldoorlog talloze vrouwen om het literaire pad te bewandelen, maar dat pad was bezaaid met allerlei gendergerelateerde obstakels. Mannen domineerden immers het literaire circuit en vrouwelijke schrijvers werden niet op gelijke waarde geschat. Hun literaire werken uit de oorlog bevatten echter waardevolle informatie: ze schreven niet alleen over de oorlogservaringen van vrouwen én mannen, maar ook over hoe de veranderende gendernormen hun leven beïnvloedden tijdens en na de oorlog. Vaak gebruikten vrouwen literatuur zelfs om aan te tonen dat hun oorlogservaringen net zo belangrijk waren als die van mannen: veelvoorkomende thema’s waren bijvoorbeeld verpleging en het werk in munitiefabrieken. Vrouwenliteratuur diende ook vaak als een platform voor uiteenlopende politieke overtuigingen zoals feminisme, nationalisme, patriotisme of pacifisme, maar wat de meeste werken wel met elkaar gemeen hadden was een gedeelde ervaring van rouw en verlies, vooral om mannelijke soldaten die sneuvelden aan het front.

De “vermannelijking” van Vera Brittain

De Britse Vera Brittain was een van de vrouwelijke schrijvers die inspiratie vond in haar eigen ervaringen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het resultaat? Een zeshonderd pagina’s lange klepper van een gedenkschrift dat de jaren tussen 1900 en 1925 beslaat. In Testament of Youth (Testament van de jeugd, ook wel bekend van de recente filmadaptatie met Alicia Vikander en Kit Harington) vertelt ze haar eigen verhaal van de jaren voor, tijdens en na de oorlog: haar verlangen om hoger onderwijs te volgen, haar relatie met haar broer en haar verloofde en hun deelname aan de oorlog, haar werk als een vrijwillige verpleegster en de ontgoochelende effecten van de oorlog op het alledaagse leven. Brittain was een uitgesproken feministe en streed voor haar recht op hoger onderwijs, maar tijdens de oorlog verschoven haar prioriteiten en melde ze zich aan als vrijwillige verpleegster (zie foto: Brittain in 1915).

Vera Brittain als vrijwillige verpleegster in 1915.

Daardoor kwam ze vlakbij de frontlinies en liggen haar ervaringen ook dichter bij de typisch mannelijke oorlogservaring: ze kwam in contact met gruwelijke wonden, liep zelf gevaar door Duitse bombardementen en kwam net als het merendeel van de soldaten ontgoocheld en onherroepelijk veranderd thuis van de oorlog. Haar verhaal toont hoe de oorlog vrouwen “vermannelijkte”, maar ook hoe die vermannelijking een probleem werd na de oorlog: ze voelt zich anders dan de vrouwen die thuisbleven en niet geaccepteerd door een samenleving die zulke vrouwen idealiseert. Desondanks ervoer Brittain de oorlog ook zoals de meeste vrouwen dat deden: een groot deel van haar memoires gaat over de mannen in haar leven, hoe hun brieven haar een toeschouwer van hun oorlog maakten, en hoe zij nadien om hen rouwde. Haar “vermannelijking” door de oorlog zorgde er dus voor dat haar ervaringen niet allemaal traditioneel vrouwelijk of mannelijk waren, maar een mengeling van de twee. En daar was ze niet alleen in: talloze andere vrouwen kampten met het gevoel dat ze niet meer thuishoorden in de samenleving. Tientallen daarvan verwerkten die ervaring in boeken die pas decennia later in de belangstelling kwamen.

Als een elastiekje

De Eerste Wereldoorlog zorgde ervoor dat vrouwen even minder gebonden waren aan de strakke gendernormen van die tijd. In plaats daarvan gingen ze aan het werk, werden ze zelfstandiger en kwamen sommigen zelfs in nauw contact met het oorlogsgeweld. Na de oorlog werden hun prestaties echter weggecijferd en werd er van hen verwacht dat ze zich weer aan hun huiselijke taken wijdden. Ook de vrouwenliteratuur die deze problemen aankaartte werd grotendeels genegeerd, en vaak pas decennia later herontdekt. Zelfs nu ziet men de Eerste Wereldoorlog in de eerste plaats als een mannenzaak. De vrouwenliteratuur uit de tijd laat echter zien dat oorlog geen gender heeft maar de gendernormen van die tijd als een elastiekje uitrekte, waarna die pijnlijk terug op hun plaats schoten.