Overslaan en naar de inhoud gaan

SCRIPTIE - Gender en media: slagveld of collaboratie?

The Battlefield of Gender and Media: De representatie van vrouwen in dramaseries over de Eerste Wereldoorlog
Sophie Brands
Master in de Culturele Studies - KU Leuven 

Gender en media: slagveld of collaboratie?

"On ne naît pas femme. On le devient." schreef Simone de Beauvoir in ‘Le Deuxième Sexe’ (1949). De biologische klemtoon die op identiteitsconstructie ligt, verschuift ze hierin naar een culturele. De media spelen daarin een belangrijke rol. Bovendien gaat er een diepgaande genderproblematiek in schuil die vandaag nog steeds relevant is. ‘The Battlefield of Gender and Media’ spitst zich daarom toe op drie facetten: representatie, gender en media, in dit geval geconcretiseerd in de vorm van period dramas over de Eerste Wereldoorlog. Televisie is een invloedrijke tussenpersoon in de constructie van het vrouwelijk image. Het onderzoek bekijkt in welke mate televisiemakers al dan niet bepaalde genderspecifieke clichés herinterpreteren en daarbij een moderner perspectief bieden op het genre van het kostuumdrama. De manier waarop vrouwen in het verleden werden weergegeven in verschillende media is dan ook sinds decennia voer voor discussie. 

Destabilisatie van het klassieke genderpatroon

Niet lang nadat vrouwen op zoek waren naar een stem, werd de representatie van vrouwen in de media een agendapunt. Hun strijd voor gelijkheid wordt het feministisch golvenmodel genoemd. Het bestaat uit drie periodes die elkaar chronologisch opvolgen, elk met haar specifieke kenmerken. De eerste golf wordt meestal gelinkt aan de Britse suffragettes. De suffragette-beweging ontstond in de historische context van de industrialisering en de opkomst van het liberalisme. Hun belangrijkste eis was het vrouwenstemrecht. Eén van hun argumenten was dat vrouwen moreel verantwoordelijker zijn en bijgevolg een belangrijke bijdrage zouden kunnen leveren aan politieke processen. Het werd een erg ‘fysieke’ golf omdat vrouwen massaal op straat kwamen tijdens demonstraties. Daarmee namen ze openlijk deel aan publieke debatten, wat an sich helemaal niet ‘vrouwelijk’ was. Ze uitten ook hun walging over de stereotypen die leefden rond vrouwen, zoals het beeld van de vrouw aan de haard. Hun debatten werden gevoerd en in de weg gestaan door de toenmalige historische context van de Eerste Wereldoorlog. De oorlog vereiste een actieve deelname van zowel mannen als vrouwen. De meeste mannen werden gemobiliseerd, maar de manier waarop vrouwen konden deelnemen, was eerst niet helemaal duidelijk. Al snel besefte regeringen en organisaties dat hier op verschillende manieren verandering in kon komen. Vrouwen waren de ideale reminder voor soldaten die een houvast en bovendien een reden om te vechten nodig hadden. Militaire leiders geloofden dat vrouwen op die manier een ondersteunende rol konden spelen. Hoe dan ook bleef de rol van de vrouw doorheen de oorlog een complex gegeven omdat er veel verschillende meningen bestonden over hun sociale positie. De meerwaarde die zij konden bieden hing permanent samen met een gevoel van bedreiging omwille van de veranderende genderverhoudingen binnen de maatschappij. In de praktijk kwamen er veel meer uitdagingen op het pad van de vrouw in de oorlogsperiode en ontstond er een duidelijke verschuiving in de klassieke genderpatronen.

Femininity: een traditionele of postfeministische aanpak?

De case studies, ‘In Vlaamse Velden’ (één) en ‘Parade’s End’ (BBC), historische dramareeksen rond de Eerste Wereldoorlog, spelen zich af in de periode van de eerste feministische golf. Het is interessant om te bekijken of televisiemakers rekening houden met historische correctheid versus de huidige genderproblematiek in de media.

Het was de tweede feministische golf die vanaf de jaren 60 invloed had op de representatie van vrouwen. Sindsdien kwam er vanuit feministische hoeken commentaar op de stereotiepe weergave van vrouwen in verschillende media. Televisie werd daarbij niet gespaard. Vrouwen kwamen niet alleen veel minder in beeld dan mannen, maar ook op een kortzichtige en stereotiepe manier. De aandacht die destijds op dit probleem gevestigd werd, ontketende een echte strijd tussen gender en media. Sinds de jaren de negentig, ofwel de periode van de derde feministische golf, is er veel veranderd. Het postfeminisme heeft enerzijds meer moderne veranderingen in gang gezet. Het gevolg was dat vrouwen op een meer vooruitstrevende en onafhankelijke manier in beeld kwamen, maar met behoud van bepaalde traditionele waarden. Postfeminisme heeft dan ook alles te maken met weerstand én aanvaarding.

Er zijn verschillende evoluties zichtbaar in de overgang van traditionele naar postfeministische personages, bijvoorbeeld op seksueel, beroepsmatig en emotioneel vlak. Die verandering in de weergave van femininity zorgt voor een tweestrijd in historische dramareeksen. De combinatie van het historisch correcte en het postfeministisch karakter dat veel series hebben, is dan ook de kern van dit onderzoek. ‘Parade’s End’ en ‘In Vlaamse Velden’ zijn beiden goede voorbeelden van period dramas waarin een historische inhoud wordt gecombineerd met bepaalde postfeministische waarden. Tussen de series zijn enkele verschillen merkbaar en het ene personage omarmt deze moderne kenmerken al iets meer dan het andere.

Door traditionele kenmerken te combineren met contemporaine waarden en door de positie die de vrouwen innemen in het plotverloop, lijken ‘Parade’s End’ en ‘In Vlaamse Velden’ een goed evenwicht in genderrepresentatie te belichamen. Ondanks het feit dat period dramas vaak een informatieve functie hebben, zijn de makers er dus in geslaagd om de historische content op te frissen met moderne kenmerken. Daardoor passen deze twee reeksen op vele fronten bij de mening van onderzoekers die stellen dat het steeds positiever gesteld is met een representatieve weergave van vrouwen in televisieseries. Om tot die vaststellingen te komen, zijn beide series en hun vrouwelijke hoofdpersonages getoetst aan bepaalde culturele codes. Zo kunnen kostuums, terugkerende attributen en locaties, maar ook de camerapositie een bijdrage leveren aan het identificatieproces. Beide series besteden veel aandacht aan hoe vrouwen hun steentje bijdroegen tijdens de oorlog. Naast hun essentiële positie in het huishouden die van hen verwacht werd, zijn ze te zien in een grote variatie aan bezigheden en beroepen. Beiden hebben dus respect voor die historische gegevens. Vooral ‘In Vlaamse Velden’ doelt op een educatief effect door een veelheid aan historische details over het Belgisch verzet. Historici en televisiemakers gaan bij beiden hand in hand. Ze bewijzen zo dat deze relatie kan resulteren in leerrijke en aangrijpende reeksen met sterke vrouwen op de voorgrond.