Overslaan en naar de inhoud gaan

SCRIPTIE - “CE N'EST PAS UNIQUEMENT AVEC DES BRIQUES ET DU BETON QUE L'ON RECONSTRUIT DES VILLES."

“CE N'EST PAS UNIQUEMENT AVEC DES BRIQUES ET DU BETIN QUE L'ON RECONSTRUIT DES VILLES." Sociale en politieke discussies tijdens de wederopbouw van Leuven en België na de Eerste Wereldoorlog
Sofie Schoonjans
Master in de Geschiedenis - KU Leuven 

De Leuvense wederopbouw na de Eerste Wereldoorlog: niet gewoon een kwestie van bakstenen en beton

Leuven kreeg in 1914 wereldwijde aandacht toen het Duitse leger de stad en haar befaamde universiteitsbibliotheek in lichterlaaie zette. De stad figureerde prominent in propagandacampagnes, die de boodschap van Brave Little Belgium en Duitse barbarij verspreidden. Gezien de symbolische waarde van de vernieling van deze stad, werd in deze thesis gekeken naar de berichtgeving over haar wederopbouw. De onderzoeksresultaten reiken echter verder dan Leuven en tonen aan dat de discussies omtrent de wederopbouw verwikkeld waren met nationaal toonaangevende politieke en sociale ontwikkelingen, die ook vandaag vertrouwd in de oren klinken.

De Eerste Wereldoorlog staat sinds 2014 weer volop in de belangstelling, maar de oorlog was natuurlijk niet onmiddellijk voltooid verleden tijd na 11 november 1918. Ook het Belgische landschap droeg nog de littekens van de inval van 1914 en het artilleriegeweld van de loopgravenoorlog. Er werden naar schatting zo’n 100 000 gebouwen verwoest en hiermee was de schade voor ons land relatief groter dan na de Tweede Wereldoorlog. In gespecialiseerde architectuurtijdschriften woedden destijds heftige debatten over traditionele versus modernistische bouwstijlen, maar resoneerde het thema en het belang van de wederopbouw ook in de gewone pers? Bereikte het een publiek buiten de selecte groep van bouwkundigen en beleidsmakers? Hiervoor werden naast enkele lokale Leuvense weekbladen nog nationale kranten als Le SoirLa Libre Belgique en Het Laatste Nieuws onderzocht. Allereerst bleek dat de wederopbouw in alle kranten een vaak terugkerend thema was. De Leuvense wederopbouw kreeg echter minder aandacht dan verwacht en daar zijn twee belangrijke verklaringen voor gevonden.

Sociale en economische ongelijkheid
De heropbouw kwam onder andere vanwege de naoorlogse chaos en economische problemen pas langzaam op gang. Zeker in de Westhoek, waar soms volledige dorpen van de kaart waren geveegd en alle infrastructuur ontbrak, was de situatie dramatisch. In de kranten verschenen talloze artikels over de miserabele levensomstandigheden van de teruggekeerde inwoners. De Leuvense wederopbouw had  daarentegen veel minder nieuwswaarde, want op het eerste zicht verliepen de zaken hier opvallend vlot. De verwoeste stadsdelen vielen namelijk sterk samen met de welvarende buurten in het historische centrum. De getroffen eigenaars, die niet zelden meerdere huizen bezaten, waren minder afhankelijk van de oorlogsschadevergoedingen die de Staat uitkeerde. Terwijl overal herenhuizen langs de wegen verrezen, de Amerikanen de nieuwe universiteitsbibliotheek bouwden en ook de Sint-Pieterskerk weer hersteld werd, bleven velen echter misnoegd achter. De uitkering van oorlogsschade werd een belangrijk onderwerp in de pers: velen waren ervan overtuigd dat de rijksten wegens hun invloed en connecties voorrang hadden gekregen. En nu de Staat geld tekort kwam, moesten de andere getroffenen zeer lang wachten op een relatief klein bedrag. Bovendien kende Leuven nog zo’n 150 smalle gangen en steegjes met krotwoningen, waarvan velen mee afgebrand waren of nadien weggesaneerd. Andere straten waren dan weer open riolen of modderpoelen geworden, wegens gebrekkige infrastructuuronderhoud tijdens de oorlog. Deze straten waren evenmin aangesloten op het gas- en elektriciteitsnetwerk dat in de negentiende eeuw voor de stedelijke burgerij en geestelijkheid was aangelegd. Wegens de woningnood en inflatie schoten de huurprijzen ondertussen astronomische hoogten in, met huurspeculatie tot resultaat. Kortom, talrijke minder gegoeden waren dakloos of leefden in financieel onzekere en onhygiënische omstandigheden. Er was een grote nood aan arbeidershuisvesting, zoals ook uit lezersbrieven bleek, maar die kwam er veel te weinig.

Ondertussen onderging België grote maatschappelijke veranderingen: na de Eerste Wereldoorlog werd het algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen ingevoerd: één man, één stem. Hierdoor kregen de socialisten parlementaire macht en mochten ze zelfs mee regeren. In Leuven daarentegen werd de partij ondanks haar electorale succes in de oppositie geduwd. Het liberaal-katholieke bestuur en haar wederopbouwbeleid werden daarbij serieus op de korrel genomen in het lokale partijblad. Op nationaal vlak duwde de socialistische minister Émile Vandervelde de huishuurwetten erdoor, die gezinnen tegen te hoge huurprijzen en uithuiszettingen moest beschermen. Dat lokte dan weer protest uit van de Leuvense middenstand en kleine burgerij die zich steeds meer bedreigd voelden en de katholieke en liberale partijen om hulp vroegen. Het thema van de Leuvense wederopbouw werd dus enigszins opgeslokt door de sociale en economische ongelijkheid en de politieke conflicten die daaruit voortvloeiden.

Vlaamse eisen
Het herstel van de Westhoek was wel prominent aanwezig in de pers, en niet enkel vanwege de ongeziene schade en oorlogstoerisme. Vooral in Het Laatste Nieuws - dat toen al hoge oplagecijfers kende en zich als liberaal en Vlaamsgezind profileerde - werd de toestand gebruikt om de Vlaamse achterstand aan te klagen. De Belgische regering had allereerst geïnvesteerd in de industrie, die steeds als economische motor had gediend. Ook in Noord-Frankrijk kreeg de industriële heropleving voorrang. Deze beslissing leidde echter ook tot verontwaardiging bij diegenen die vonden dat het rurale en verarmde Vlaanderen weer aan het kortste eind trok. Daarnaast was de wettelijke tweetaligheid van Vlaanderen de krant een doorn in het oog. Nieuw opgerichte instellingen zoals de Dienst der Verwoeste Gewesten en de Rechtbanken voor Oorlogsschade durfden al eens Franstalige ambtenaren aanstellen die in Vlaanderen konden werken zonder enige kennis van het Nederlands. Dat veroorzaakte communicatieproblemen bovenop de al gehate bureaucratische procedures en de acute geld- en materiaaltekorten. De redactie van Het Laatste Nieuws was echter niet enkel begaan met de Vlaamse taaleisen, maar ook met de meer algemene culturele emancipatie van Vlaanderen. Die was toen volop aan de gang met de strijd voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit. De krant beschouwde kunst en architectuur als cruciaal daarvoor en wijdde hier geregeld artikelen aan. De wederopbouw moest Vlamingen de kans geven het heft in eigen handen te nemen en vooruit te kunnen gaan. Dat viel niet toevallig samen met de veranderende maatschappelijke positie van de architect: architectuur brengen voor ‘de massa’, met idealen voor een betere en moderne toekomst voor iedereen.

Aan de basis van dit alles lag de overtuiging dat de wederopbouw niet gewoon een kwestie was van bakstenen en beton: voor diegenen die geloofden dat betere woningen en leefomgevingen betere mensen maakten, was het nationale herstel een morele zaak waar de toekomst van afhing.

LEES DE INTEGRALE SCRIPTIE VAN SOFIE SCHOONJANS HIER