Overslaan en naar de inhoud gaan

De shortlist is een feit

De kanshebbers voor de Scriptieprijs 100 Jaar Groote Oorlog zijn bekend. De jury nomineerde 5 scripties uit een totaal van 37 inzendingen. Met de prijs gaan Scriptie vzw en het Departement internationaal Vlaanderen op zoek naar sterke bachelor- en masterproeven over WO I. 

De jury, bestaande uit Mark De Geest (VRT)Simon Schepers (Bijzonder Comité voor Herinneringseducatie)Luc VandeweyerAnne Adé (Eos Memo) en Maarten Van Alstein (Vlaams Vredesinstituut) en Dirk Remmerie (Davidsfonds), nomineerde de volgende 5 werken:

  • De Rijnbezetting door de Belgische troepen 
    Charlotte VekemansCharlotte Vekemans 
    Master of Arts in de Geschiedenis – KU Leuven

    In haar scriptie kijkt Vekemans naar wat er zich zoal afspeelt nadat de wapens op 11 november 1918 worden neergelegd. België probeert zich tussen de grootmachten te wringen door samen met Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten, de linker Rijnoever in Duitsland te bezetten, maar stort zich zo in een politiek wespennest. Bovendien brengt de bezetting al gauw de nodige problemen met zich mee. De oorlog blijkt nog te vers in het geheugen van de Belgische soldaten te zitten die hun kans zien zich op de Duitse bevolking te revancheren, terwijl de verveling onder soldaten ook zorgt voor welig tierende prostitutie en drugstraffiek. Met haar werk werpt Vekemans een licht op een relatief onbekend stukje geschiedenis waarin ons land optreedt als een bezettingsmacht en zich een weg zoekt tussen de Europese grootmachten.       
     

  • 'Poor Little Belgium': de juridische verwerking van de Duitse oorlogsmisdaden in België na de Eerste Wereldoorlog (1919-1925) Eduard Clappaert
    Eduard Clappaert 
    Master of Arts in de Geschiedenis – KU Leuven

    Clappaert beschrijft in zijn werk de verwoede pogingen die België na de oorlog onderneemt om Duitse oorlogsmisdadigers te bestraffen. Ons land vangt bij de vredesonderhandelingen in Versailles in 1919 bot op de eis om de verantwoordelijken voor een internationaal tribunaal te berechten, waarvoor Duitsland beklaagden zou moeten uitleveren. Uiteindelijk wordt beslist dat de Duitsers de beklaagden zelf mogen berechten voor het Hooggerechtshof in Leipzig. De eerste en enige ‘Belgische’ zaak in Leipzig eindigt echter op een farce nadat Max Ramdohr – de beul van Geraardsbergen- de vrijspraak krijgt bij gebrek aan bewijs. België trekt haar vertegenwoordigers uit Leipzig terug en beslist om zelf Duitsers –bij verstek- te veroordelen tot ze die processen onder internationale druk moet stopzetten. De juridische verwerking van de oorlogsmisdaden eindigt voor ons land zo op een sisser: van de 1.058 personen die België in 1919 had aangeklaagd was er eind 1925 geen enkele effectief gestraft.

  • ‘Rien de plus immoralisant que la Guerre’? Een analyse van het fenomeen diefstal in het arrondissement Mechelen voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog
    Julie DevlieghereJulie Devlieghere 
    Master of Arts in de Geschiedenis - UGent

    Diefstal is van alle tijden, maar het fenomeen komt in oorlogssituaties duidelijk meer voor dan in vredestijd. Uit gerechtelijke statistieken van Belgie blijkt dat er tijdens de Eerste Wereldoorlog een verdubbeling van het aantal (vervolgde) diefstallen plaatsvond vergeleken met de periode ervoor. Reden genoeg voor de hogere klassen in het bezette België om te vrezen voor een ondergraving van de morele waarden, maar was dat ook zo? Devlieghere zocht een antwoord op die vraag door een blik te werpen op de archieven van de correctionele rechtbank in het gerechtelijk arrondissement Mechelen waarbij ze een vergelijking maakte tussen diefstallen gepleegd voor en tijdens de oorlog. Daaruit blijkt onder meer dat er tijdens de oorlog, in tegenstelling tot de periode ervoor, vooral levensmiddelen werden gestolen. Diefstal bleek vooral een overlevingsstrategie en kon zo op meer begrip rekenen van de brede bevolking én van het gerecht. De oorlog zorgde dus niet voor een teloorgang van het normbesef, maar deed de grenzen van toelaatbaar gedrag wel verschuiven waardoor ook de kijk op diefstal veranderde, besluit Devlieghere. 

  • De Belgisch-Duitse historicicommissie Leuven, 1956-1958
    Jens HorbachJens Horbach 
    Master of Arts in de Geschiedenis – KU Leuven
     
    In zijn scriptie behandelt Horbach de Belgisch-Duitse historicicommissie die in 1956 wordt opgericht om de gebeurtenissen bij de Duitse inval in Leuven in augustus 1914 te onderzoeken. De Duitsers richtten toen een ware ravage aan: de universiteitsbibliotheek werd platgebrand, huizen verwoest en burgers gedood. Die daden rechtvaardigde de Duitse regering in 1915 in een Witboek (overheidsdocument over buitenlandse zaken). De Duitse regering meende immers dat de Leuvenaars het Belgische leger hielpen in de strijd tegen de Duitsers, door hen vanuit hun huizen te beschieten (wat nooit kon worden bewezen en later bekend kwam te staan als de mythe van de francs-tireurs). De commissie bestudeert in 1956 of dit Witboek uit 1915 nog als rechtsgeldig kan worden beschouwd. Op die manier plaatst Horbach de oprichting van de commissie in een historische context en bekijkt hoe die een afspiegeling is van de Belgisch-Duitse relaties in de jaren ’50 en de pogingen van West-Duitsland om te kunnen integreren in Europa.  

     

  • Verser le sang: la blessure chez Cendrars 
    Evelyne Van Der NiepenEvelyne Van der Niepen
    Bachelor in de Taal- en Letterkunde – Engels-Frans – UAntwerpen

    Evelyne Van der Niepen bestudeerde in haar scriptie het werk van de eigenzinnige Zwitserse schrijver Blaise Cendrars, die in 1914 vrijwillig toetrad tot het vreemdelingenlegioen om zo aan de zijde van de Fransen tegen de Duitsers te vechten. Die ervaringen beschreef hij op een eerlijke, aangrijpende en ongewone manier in zijn oeuvre. Opvallend is immers hoe Cendrars ingaat tegen het beeld van de soldaat als slachtoffer door zichzelf en andere soldaten te uiten als daders van geweld. Cendrars deinst er niet voor terug om te beschrijven hoe hij Duitsers ombracht, ook al dreigt hij daardoor de sympathie van lezers te verliezen.

 

Ontknoping op 4 februari
Wie van deze vijf studenten geschiedenis schrijft door de Scriptieprijs 100 Jaar Groote Oorlog te winnen, raakt bekend op de uitreiking op donderdagavond 4 februari in de Leuvense Universiteitsbibliotheek. De winnaar krijgt een geldsom van 1.000 euro uit handen van mevrouw Cindy Verbrugge, raadgever Buitenlands Beleid van Minister-President Geert Bourgeois, en ziet een artikel over zijn of haar werk in Eos Memo verschijnen. Daarnaast wordt er ook een tweede en derde laureaat aangeduid, die respectievelijk 500 en 250 euro ontvangen. Inschrijven voor dit evenement kan via www.scriptieprijs2014-18.be/uitreiking