Overslaan en naar de inhoud gaan

De Loopgravenoperette – masterproef van Linde Carrijn

“Het verhaal is nog niet af, of toch nog niet afgelopen”, klinkt het bij Linde Carrijn, laatstejaarsstudente drama aan het KASK, als we naar haar masterproef “De Loopgravenoperette” vragen. Toch heeft ze op dat moment vijf voorstellingen achter de kiezen. Het zijn stuk voor stuk eerste stappen in de aanloop naar het grote doel: in mei 2015 met een verder uitgewerkte voorstelling in première gaan.

“Dit is de loopgravenoperette
waarin den Duits België ging bezette(n)
maar daarbij stopt het niet
er klopt nog zo veel niet
ja zo veel niet
ja zo veel niet…”

Zo luidt de mysterieuze aankondigingstekst van “De Loopgravenoperette”, het eindwerk waarmee Carrijn dit academiejaar afstudeert in de drama-opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Samen met Nikolas Lestaeghe, de regisseur van de operette, gaat ze dieper in op dit ambitieuze project.  


Hoe kwam deze bijzondere voorstelling tot stand?
Linde Carrijn: “De drama-opleiding aan het KASK in Gent is een zeer brede richting, waar je niet per se als acteur maar als drama-kunstenaar afstudeert. Je krijgt er veel vrijheid en kan dus zelf beslissen welke richting je uitgaat: of je kiest er voor het acteren of het maken of het schrijven, een combinatie van beide of nog iets anders. Ook bij je masterproef krijg je quasi volledige vrijheid, mits een grondige beargumentering van je onderzoek. Vermits ik naast theater ook veel met muziek bezig ben, besloot ik voor mijn masterproef een overkoepelend onderzoek te voeren naar de zeggingskracht van theater, de zeggingskracht van muziek en de eventuele combinatie van beide. Zo ging ik aan verschillende projecten meewerken waarin deze media werden gecombineerd. Eén van die projecten was ‘De Loopgravenoperette’. Via mijn medestudente en –speelster Anjana Dierckx was ik bij Nikolas Lestaeghe, een goede van haar, terechtgekomen. Hij zat al een hele tijd te broeden op een stuk over de Eerste Wereldoorlog en vroeg me of ik eraan wou meewerken. Het klikte meteen en aangezien hij ook een combinatie tussen muziek en theater opzocht, besloot ik om van dit project mijn masterproef te maken en in ‘De Loopgravenoperette’ als speelster af te studeren. Nikolas is dus de initiator en regisseur van het project, waarin ik naast acteren ook aan meeschreef, net als mijn medespeelsters trouwens. In totaal staan we met vier op de scène. Naast Nikolas, die ook in het stuk acteert, en mezelf zijn dat Anjana Dierckx en Marlies Tack. 


Waar haalden jullie de inspiratie voor “De Loopgravenoperette”?
Nikolas Lestaeghe: “In ons land zijn de Wereldoorlogen nooit ver weg. Overal zijn er monumenten te vinden om de helden en geofferden nooit te vergeten. We rijden er dagelijks voorbij maar we staan niet meer stil bij de ware motivatie om zo'n monument te bouwen. We zijn ons als jonge theatermakers gaan afvragen waar die monumenten, kerkhoven, eeuwige vlammen die we overal in de stad zien voor staan. Die monumenten werden enerzijds opgetrokken om de nutteloosheid van een oorlog en de gruwelijkheid van het slachten toch betekenis te proberen geven. Maar ze zijn er ook omdat we er iets van moeten onthouden. Maar wat dreigen we dan te vergeten? Wat zijn de sporen van de Eerste Wereldoorlog in onze actuele levens?” 

“In ‘De Loopgravenoperette’ wil ik het graag hebben over hoe wij om kunnen gaan met taboes uit onze geschiedenis en met onze identiteit die aan die geschiedenis gekoppeld is. Ik vertrek daarbij van een persoonlijke ervaring, de manier waarop mijn familie taboes creëert en verzwijgt als het over de twee wereldoorlogen gaat, waarbij ik dan vooral op de Eerste Wereldoorlog focus. Toen mijn grootmoeder in april 2013 op sterven lag, vertelde ze op haar sterfbed dat de naam van mijn familie niet klopt. Mijn overgrootvader was officieel het kind van Maurice Lestaeghe maar was in werkelijkheid het kind van André Smis. Op zich is dat niet zo schokkend, het is vooral de manier waarop mijn familie daarmee omgaat, of beter: niet mee omgaat, die me schokt en intrigeert. Mijn hele familie is hiervan blijkbaar op de hoogte maar heeft dat nog nooit kunnen uitspreken. Behalve mijn grootmoeder dan. In mijn familie werd en wordt niet gepraat. Niet over die naam, niet over grote gevoelens, niet over de oorlogen, niet over de smokkelgeschiedenis waarin mijn familie betrokken was, over niets. Waarom heeft mijn familie nooit een woord verteld over de dingen die niet in boeken staan?” 


“Ik besef dat elke familie zo zijn taboes meedraagt uit de oorlogen. Die wil ik in ‘De Loopgravenoperette’ ook op een universele manier benaderen.” 

Maar om dan uitgerekend een operette te maken over zoiets zwaarwichtig en verwoestend als een oorlog, hoe kom je daarbij en hoe pak je dat aan?
Nikolas Lestaeghe: “Net omdat er zo veel pijn mee gepaard gaat en het om een vrij donker thema gaat is het volgens mij noodzakelijk de voorstelling luchtig aan te pakken om de inhoud des te meer te doen aankomen bij het publiek. Daarom koos ik voor de operettevorm. Een uitermate theatraal genre dat zeer geschikt is om op zoek te gaan naar dramatische betekenis. Maar ook een genre dat afstand creëert tussen vorm en inhoud en binnen dat contrast de vinger des te meer op de wonde kan leggen, zoals Bertold Brecht het ook ooit deed. De kwaliteit van de klassieke uitvoering van de operette speelt voor mij een minder belangrijke rol, voor mij is de operettevorm an sich een groot deel van de inhoud.”

“Ik heb mij laten omringen door mensen zoals Linde, Anjana en Marlies die op een constructieve, artistieke en intelligente manier mijn verhaal en het grotere verhaal kunnen dienen, aanvullen en zich ertoe kunnen verhouden. De vorm waar we voor kiezen houdt het midden tussen fantasievol, beeldend, episch theater en zelfverklaarde operette.”


Linde Carrijn: “Het is een operette geworden voor vier solisten. Een operette die op een obsessieve manier wordt gebracht door vier mensen als antwoord op de zoektocht naar geschiedenis en afkomst. Als kinderen van hun tijd en eigen generatie spelen ze als bezetenen de operette om betekenis te kunnen genereren. Omdat er overal boeken te verkrijgen zijn over helden en slachtoffers uit de Eerste Wereldoorlog willen ze zichzelf zo'n geschiedenis aanpraten. Om die geschiedenis groots en meeslepend te maken, kiezen ze resoluut voor het genre operette. Ze zien dat de helden overal geëerd worden, maar wat is de andere kant van die medaille? De zogenaamde helden zijn tenslotte jonge, verminkte en getraumatiseerde jongens. De loopgraven en de Eerste Wereldoorlog zijn de achtergrond van de operette. Het resultaat is een soort wrange Monty Python-opera die wij kost wat kost proberen uit te voeren met onze eigen beperkte middelen. Op die manier moet zowel die oorlog, als de reflex om iets te verzwijgen en het tegelijkertijd te herdenken een menselijke en begrijpelijke onmacht naar boven brengen. Een onmacht om met problemen om te gaan.” 



De Loopgravenoperette kwam tot stand met de steun van De Pianofabriek Kunstenwerkplaats, Vlaamse Gemeenschapscommissie en KASK. Op 25 juni is er nog een opvoering in de Minard Schouwburg in Gent in het kader van KASK_DraF, het dramafestival waarin afstudeerwerken van het KASK worden gepresenteerd. Reserven kan via dramagent@gmail.be